De Vlinderwerkgroep
Doelstellingen
De Vlinderwerkgroep streeft naar het behoud en de bescherming van de Vlaamse vlinderfauna binnen een breder biodiversiteitsbeleid door middel van inventarisatie, monitoring, educatie, onderzoek en advies.
Werking
De Vlinderwerkgroep bestaat uit een bestuur en een heleboel lokale medewerkers.
Tevens is er ondersteuning vanuit Natuurpunt Studie en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. De kracht van de Vlinderwerkgroep zijn de honderden vrijwilligers die mee inventariseren, tellen en waarnemingen doorgeven. Door middel van studiedagen, brochures, website, nieuwsbrieven, persberichten,
rapporten en artikels (zowel wetenschappelijk als vulgariserend) tracht zij haar
doelstellingen te bereiken.
Lokale vlinderwerkgroepen
Lokale studie en actie kan heel wat aandacht voor vlinders genereren. De vlinderwerkgroep ondersteunt dan ook lokale werkgroepen actief rond dag- of nachtvlinders. In de kern Pepingen van Natuurpunt afdeling Pajottenland werd zopas de vlinderwerkgroep "Thecla" opgericht. Contactpersoon is Pascal Lauwereins.
Geschiedenis
De
vlinderwerkgroep is oorspronkelijk ontstaan uit de JNM, de Jeugdbond voor
Natuur en Milieu.
De trekkers van het JNM-vlinderproject in ’91 en ’92 waren mensen
als Dirk Maes, Bart Vercoutere, Carl
Vromant en Luk Daniëls. Om dit project in goede banen te leiden richtte men de
vlinderwerkgroep op in de JNM.
Het doel van het vlinderproject was om 50.000
gegevens te verzamelen. Naast inventarisatie startte men ook met monitoring,
het aflopen van gestandaardiseerde trajecten. Omdat men wou vermijden dat de
waargenomen waarnemingen niet doorstroomden zette men een constructie op van
een nationale coördinator, provinciale coördinators en dan een
verantwoordelijke per afdeling.
Ze zochten voor elke afdeling een verantwoordelijke en in ‘92 hadden 38 van de
44 afdelingen een verantwoordelijke voor het dagvlinderproject.
De prille vlinderwerkgroep organiseerde ook provinciale informatierondes, stuurde stafkaarten op met opgedrukte UTM-codes, er verscheen een maandelijkse nieuwsbrief, ze organiseerden een landelijke dagvlinderweekend, een Vlaamse studiedag…
Met de
gegevens van de jaren ‘91 en ’92 bracht de JNM in 1993 de voorlopige
atlas van
de Vlaamse dagvlinders uit, met als auteurs Dirk Maes en Luk Daniëls.
Deze
atlas vulde een belangrijke leemte op, behalve de erg onvolledige
gegeven van
Leclercq (’70-’85) was er immers weinig geweten over het voorkomen van
dagvlinders in Vlaanderen. Uiteindelijk verzamelde 380 medewerkers in
twee jaar
56.000 waarnemingen in, goed voor 260.000 gegevens van 54 soorten. De
definitieve atlas was gepland voor 1996-97, maar dat is uiteindelijk
1999
geworden, met de uitgave van het boek 'Dagvlinders in Vlaanderen.
Ecologie, verspreiding en behoud' van Dirk Maes en Hans Van Dyck.
In 1994 verliet de Vlinderwerkgroep de JNM. Eerst maakte deze nog even deel uit van Natuurreservaten vzw maar al snel werd de Vlinderwerkgroep onafhankelijk. In 2007 is de Vlinderwerkgroep opnieuw een werkgroep geworden van de opvolger van Natuurreservaten, de vzw Natuurpunt.
In de lente van 2007 startte de Vlinderwerkgroep opnieuw een vlinderproject op omdat sinds de publicatie van de vorige vlinderatlas in 1999 flink wat veranderd is. De bedoeling is om in 2010 een nieuwe atlas te publiceren.
Vanaf 2009 werden de activiteiten van de Vlinderwerkgroep ook uitgebreid met werking rond nachtvlinders.