Vlinderwerkgroep Portal

Navigation

 

 
Document Actions

Veldparelmoervlinder

Overzicht van de lopende beschermingsacties voor de Veldparelmoervlinder in Vlaanderen

Nog slechts twee populaties van deze vlinder is Vlaanderen rijk. Gelukkig wordt in beide gebieden hard gewerkt aan de bescherming van deze soort.

De gemeente Zutendaal adopteerde de Veldparelmoervlinder in het kader van het project 'Gemeenten adopteren Limburgse soorten'. Een goede keuze, want er zijn nog heel wat kansen voor uitbreiding van deze vlinder buiten de bestaande populatie op het militair domein. In 2007 werd een actieplan gemaakt dat plechtig aan de gemeente zal overhandigd worden. Vanaf 2008 kan dit hopelijk leiden tot gerichte beschermingsacties en een georganiseerde opvolging van deze soort.

In de omgeving van Balen is het intussen 15 jaar geleden dat voor het eerst de Veldparelmoervlinder werd opgemerkt. Deze populatie wordt sindsdien nauwgezet opgevolgd en beschermd door Theo Bollen. Hij schreef onderstaand verslag:


15 jaar waarnemingen van de Veldparelmoervlinder

in de regio Balen-Mol-Lommel-Dessel



Inderdaad, reeds 15 jaar geleden, in 1993 werden langs de kanaaldijk in Balen-Olmen Veldparelmoervlinders ontdekt. Of herontdekt, want ongetwijfeld moet daar in de streek nog ongeweten een restpopulatie voortgeleefd hebben. In 1994 werden meer dan 100 vlinders geteld maar de populatie bleek snel achteruit te gaan: twee jaar later werden daar de laatste 2 vlinders gezien.

In mei 1996 werden dan enkele exemplaren opgemerkt in de Kapelstraat te Balen-Wezel. Dit is in vogelvlucht 9 km van de vliegplaats in
Balen-Olmen. Dat was het begin van een voorspoedige periode voor de vlinder. Vanuit het kerngebied werden in de loop van de volgende jaren verschillende terreinen in de omgeving ingenomen, voornamelijk in oostelijke richting naar Gelderhorsten in Lommel. Ook in de omliggende wegbermen werden regelmatig vlinders gezien en rupsennesten gevonden.

Ook in westelijke richting werden een aantal vliegplaatsen bevolkt, af en toe een handje geholpen door het verplaatsen van bedreigde nesten. We hopen dat hierdoor op de lijn Gelderhorsen - Wezel – Gompel – Olmen een corridor wordt gecreëerd met stapstenen zodat hopelijk uitwisseling tussen de populaties kan gebeuren.

De resultaten leken in de voorbije jaren veelbelovend te zijn met steeds stijgende aantallen vlinders en nesten, maar in 2007 was de situatie plots veel minder gunstig. Hoewel het aantal vlinders op de verschillende locaties nog hoopgevend was (er werden in totaal 397 vlinders geteld), werden in juli opvallend weinig rupsennesten teruggevonden (54 nesten tegenover 196 in 2006). De reden is waarschijnlijk een erg droge periode op het tijdstip dat de eieren op Smalle weegbree waren afgezet. Veel van de waardplanten geraakten verdord en hierdoor
zijn ongetwijfeld meerdere legsels ten gronde gegaan.

Alleen op het terrein van de IOK in de KMO-zone van Balen was de situatie met 36 nesten, nog goed. Dit vlieggebied is gelegen naast de
Mol-Nete, is schraal maar toch iets vochtiger en daar hebben de weegbreeplanten blijkbaar beter stand gehouden. Hieruit blijkt dat naast de echt droge terreinen, die tot nu toe als het ideaal leefgebied voor de vlinder werden gezien, ook wat vochtiger biotopen nodig zijn om bijvoorbeeld jaren met extreme droogte te overbruggen. Door ook zulke terreinen mee als leefgebied te beheren, kan een veiliger toekomst geboden worden aan de Veldparelmoervlinder.

Ondertussen is het wachten op de eerste zonnige dagen in februari: dan worden de rupsen terug actief. Laat ons hopen dat er toch heel
wat gevonden worden en dat de verschillende populaties van vlinders zich in dit jubileumjaar kunnen herstellen.


Theo Bollen
Natuurpunt afdeling Netebronnen
15/01/08