Sleedoornpage
Op zoek naar vlinders in de winter ? Speuren naar eitjes van de Sleedoornpage !
De herfst- en winterperiode wordt klassiek beschouwd als het moment om naar paddestoelen en vogels te kijken. Wat veel mensen niet weten is dat je er ook op uit kan trekken op zoek naar vlinders! Eén soort leent zich daar uitzonderlijk goed voor: de Sleedoornpage !
Klik hier voor alle info over het onderzoeksproject naar de verspreiding van de Sleedoornpage in Vlaams-Brabant en de geplande activiteiten.
Ecologie
Sleedoornpages vliegen van begin juli tot eind september. De vlinders zijn moeilijk waar te nemen omdat ze zich vaak hoog in struiken en bomen bevinden. Ontmoetingsplaatsen kunnen uit een haag uitstekende bomen zijn of hoge alleenstaande bomen in de omgeving van een bosrand. De paring gebeurt meestal in de top van een boom. De wijfjes kan je soms dichter bij de grond ontmoeten wanneer ze hun eitjes afzetten op de schors van jonge twijgen. De waardplant is voornamelijk Sleedoorn, maar ook andere Prunus-soorten worden gebruikt zoals pruimelaars of kriekenbomen. Per dag zet het wijfje slechts een vijftal eitjes af, meestal op zuidelijk geëxposeerde bosranden of hagen. Het zijn de eitjes die overwinteren en als ‘golfballetjes’ goed zichtbaar zijn op het bruine takhout. In het voorjaar kruipen hier de rupsen uit. Twee of drie dagen voor de verpopping (rond juli) verlaten de rupsen de waardplant om te verpoppen in de strooisellaag. Ongeveer 30 dagen later sluipen de vlinders uit. De populaties zijn meestal vrij klein (40-300 adulten) en de soort wordt als honkvast beschouwd: sommige studies zeggen dat sleedoornpages open vlakten van meer dan 200 meter meestal niet overvliegen, maar dit zou niet alle waarnemingen verklaren. De vlinders voeden zich voornamelijk met honingdauw (een zoetstof die wordt afgescheiden door bladluizen). Als er hieraan een tekort optreedt, gaan ze op zoek naar nectar.
Verspreiding en behoud
Verspreidingsgegevens van 1991
tot 1998 geven aan dat de soort voorkomt
in het zuidelijk deel van Vlaanderen (Vlaamse Ardennen, regio ten zuiden van
Brussel en het Hageland). Oudere waarnemingen geven echter ook aan dat in Zuid-Limburg
de soort moet rondgevlogen hebben. Recente intensieve inventarisaties,
grotendeels door wintertelling van eitjes, hebben tientallen nieuwe
vindplaatsen opgeleverd, onder meer in het West-Vlaams Heuvelland, de Vlaamse
Ardennen, het Pajottenland, het Hageland en ook in de omgeving van Mechelen.
Op de Vlaamse Rode lijst staat de Sleedoornpage als Bedreigd aangeduid. De intensivering van de landbouw en de angst voor Perenvuur hebben er voor gezorgd dat veel Sleedoornhagen verdwenen zijn. Het behoud van deze bedreigde soort bestaat er dan ook in de resterende Sleedoornhagen en –struwelen te conserveren en goed te beheren en waar mogelijk gefragmenteerde leefgebieden terug met mekaar in verbinding te stellen door aanplantingen. Een goed beheer bestaat erin de struwelen op het juiste tijdstip te snoeien (in juli wanneer de poppen zich in de strooisellaag bevinden) of in de winterperiode gefaseerd te snoeien zodat niet alle eitjes worden afgevoerd. Daar de wijfjes bijna alleen eitjes leggen op jonge twijgen, is het niet meer snoeien en het daarmee samengaande verouderen van struiken, één van de oorzaken van de achteruitgang van het leefgebied van de Sleedoornpage.
Inventariseren!
Het feit dat de eitjes van de
Sleedoornpage vrij makkelij te vinden zijn in de winter, de soort bedreigd is
én de kennis van de verspreiding nog veel gaten vertoont, motiveert heel wat
mensen om mee op zoek te gaan naar de eitjes van deze verborgen vlinder.
Verschillende lokale inventarisatie acties resulteerden in een duidelijker
beeld van de verspreiding. Tijdens het winterseizoen 2008-2009 werden er verschillende inventarisaties georganiseerd die heel wat nieuwe verspreidingsgegevens opleverden. Klik hier voor een overzicht van de actuele aan-én afwezigheid. Een sfeerverslag van een inventarisatie in het Kluysbos in Galmaarden vind je hier.
Deze zoektochten leidden tot een onderzoeksproject rond de verspreiding van deze soort in Vlaams-brabant. Hierin wordt getracht de actuele verspreiding van de Sleedoornpage in de periode 2008-2010 te documenteren voor heel de provincie. Ook wordt gekeken naar de specifieke eisen van deze soort aan zijn habitat
(zoals type hagen, omgeving, …) en de dispersiecapaciteit, en er zullen aanbevelingen geformuleerd worden omtrent het beheer van
landschapselementen in onze regio. Lieven Decrick vatte de resultaten van de zoektochten in de Gemeente Pepingen al samen in een rapport van de Vlinderwerkgroep Thecla.
Onder Activiteiten staat een overzicht van de georganiseerde zoektochten, maar je kan uiteraard ook zelf op pad gaan.
Meedoen? Contacteer ilf.jacobs@natuurpunt.be, koen.berwaerts@base.be of carlos.dhaeseleer@natuurpunt.be
Literatuur
Bink, F. (1992). Ecologische atlas van de dagvlinders van Noordwest-Europa. Schuyt & Co/Haarlem.
Maes, D. & Van Dyck, H. (1999). Dagvlinders in Vlaanderen - Ecologie, verspreiding en behoud. Stichting Leefmilieu/Antwerpen i.s.m. Instituut voor Natuurbehoud en Vlaamse Vlinderwerkgroep/Brussel.